Verhaal van Annoniem

September 2002

Seksueel misbruik kan ik mij niet herinneren. Uit de therapie die ik volg sinds 1998 blijkt dat ‘mijn misbruikt zijn’ geraffineerder was. Mijn therapeut laat wel eens de term ‘incest’ vallen, maar ik interpreteer het steeds (althans tot nu toe) als ‘emotionele – of psychologische incest’.

Omdat ik het nu weer wat moeilijker heb en dreig verloren te lopen in mijn analyserende gedaagdenpatronen ben ik op zoek gegaan naar incest – sites om mijn verhaal er eens uit te gooien om het op die wijze te kunnen toetsen aan de eventuele erkenning door buitenstaanders en/of lotgenoten.

Met mijn verhaal naar buiten komen is al een probleem op zich. Daarom ook houd ik het liever anoniem en noem ik mezelf Rik. Ik ben geboren in Vlaanderen (B) in 1958, dus aan de vooravond van de ‘golden sixties’, als oudste zoon van drie kinderen (nog een zus en een elf jaar-jongere broer).

Als ik dat gezin nu analyseer kan ik dat het best omschrijven als een dominerende vader, een zwakke moeder en een besloten gezin met weinig of geen sociale contacten. Moeder had veel liever eerst een dochtertje gehad en dus liet ze mij meisjeskleren dragen. Dat blijkt ten minste uit de verhalen die ze geregeld aan mijn kinderen heeft verteld, want zelf kan ik dit niet herinneren.

Wat ik mij van de eerste schooljaren herinner is vooral angst, schaamte, verlegenheid, teruggetrokkenheid, .. en dus geen vriendjes. Ik deed nochtans mijn best, …. want ik haalde goede punten.Thuis waren er geregeld hoog oplopende ruzies tussen pa en ma, en meestal lagen wij (mijn zus en ik) aan de basis daarvan, zo werd ons toch ingeprent. Wij kenden een repressieve en negatieve opvoeding met veel niet-mogens en pas-op-boodschappen.

Toen op zesjarige leeftijd ma ernstig ziek werd heb ik grotendeels voor haar gezorgd, als pa uit werken was. In die jaren werd er ‘hard’ (hard met een d en niet met een t) gewerkt.

Voor pa waren we bang, hij brulde veel, alleen de schoolresultaten en de werkopdrachten thuis waren belangrijk, en er viel wel eens een klap. Ma kon ook agressief uit de hoek komen tegenover ons, zelfs met doodsbedreigingen. Ma was ook bang van pa en zocht en vond geregeld troost bij mij. Ik was haar ‘lieveling’, haar brave jongen (of meisje ?).

Achteraf beschouwd waren haar knuffels niet voor mij bestemd maar voor haarzelf. Na een ruzie kwam ze dikwijls bij mij uithuilen en bevestigde ze het negatieve beeld dat wij van pa al hadden. Dat blijkt mijn eigen man-beeld zwaar te hebben aangetast.

Ik wilde kost wat kost nooit worden (zijn) zoals pa. Ik kwam tot de redenering dat mannen en vrouwen blijkbaar niet bij elkaar passen en gezien mijn erfelijke belasting moest ik dat een vrouw maar allemaal niet aandoen. Op zekere dag in mijn puberteitsjaren heeft ma mij toevertrouwd dat er ‘iets’ is geweest tussen pa en mijn zus, maar dat ze daarover niet mocht spreken anders zou pa haar vermoorden.

Ik heb er nooit meer iets over gehoord. Ook niet van mijn zus. Wij hebben steeds weinig contact gehad. Ik bekeek haar met enige minachting, want zus was opstandiger, rebelser, ….. ma noemde haar ook ‘haar jongen’ ….. zij was de ‘slechte’ ….. ik was de ‘goede’ ; de ‘brave sul’ blijkt achteraf.

Mijn zus leidt (of lijdt ?) thans een vrij druk en materialistisch leven. Op school en bij schoolvrienden ging mijn ‘overlevingsstrategie’ gewoon verder. Ik werd een kei in het ontwijken, vooral als het eigen meningen en zeker als het gevoelens betrof. Alcoholgebruik (of misbruik ?) kwam mijn vrienden en mezelf goed uit. De resultaten waren behoorlijk en ik beëindigde mijn studies met een graduaatdiploma (hoger onderwijs).

Wij schrijven begin de jaren tachtig, economische crisis, hoge werkloosheid. Gedurende de laatste maanden van mijn militaire dienstplicht krijg ik voor het eerst last van depressieve gevoelens. Na mijn dienstplicht wordt ik werkloos. Ik heb geen idee wat ik zou willen doen van job.

In een weekblad lees ik een artikel over ‘manisch – depressief’. Ik ben zo geschrokken van verschillende erkenbare elementen dat ik contact zoek met de diensten van de geestelijke gezondheidszorg. Ik heb enige tijd gesprekken gehad zonder concrete aanwijzingen, noch oplossingen te vinden voor mijn depressief (die term is zelfs nooit gebruikt) gedrag. Ik denk dat ik de gesprekken ben gestopt bij het vinden van werk (als alternatieve afleiding) dankzij mijn moeder.

Ik weet er goed te ‘overleven’ en kan snel bevorderen want ik had vrede genomen met een instap-functie. Intussen leer ik Tine kennen, het meisje waarbij ik voor het eerst een klankbord vind over mijn thuissituatie. Zij erkent die situatie in haar dominante moeder en drinkende vader. Zij is de oudste van drie. We worden stevig verliefd en trouwen snel, niettegenstaande ik over het ‘huwelijk’ (zoals ik het ervaren heb) enige weerstand voel.

Achteraf gezien blijkt haar moeder ook onze relatie sterk te domineren huwelijk, huurhuis, meubelen, de komst van twee kinderen (waarvoor minstens ik niet klaar was), bouwen op hun grond in de nabijheid van het ouderlijk huis).

Dat realiseerden we allemaal op vier jaar tijd zonder ooit maar eens te hebben stilgestaan. Dat stilstaan gebeurd nu al enkele jaren. Toen liet ik het allemaal over me heen gaan, trok ik mij terug, was ik van mening dat het maar ‘normaal’ zal zijn, ook al voelde ik (achteraf gezien) er mij niet zo goed bij. Blijkbaar kon (kan) ik niet voor mezelf opkomen, had (heb) ik die zelfkennis en het zelfvertrouwen niet.

Vertrouwde ik verder op de ‘grote mensen’, die hadden toch altijd ‘gelijk’. Blijkbaar gelde dat ook voor Tine hoewel ik van haar een totaal ander beeld had. Ik vluchtte vooral in werk. Tijdens de bouwwerken werd ik ontslagen (structurele redenen), vond snel ander werk, werd na twee jaar teruggekocht bij de eerste firma, werd na twee jaar opnieuw ontslagen (overname) en viel terug op mijn zelfstandig bijberoep (ik wilde geen baas meer). Na anderhalf jaar zag ik de kans om dicht bij huis weer aan de slag te gaan in functie van. Uit de ervaringen van vorige ontslagen behield ik ook mijn nevenactiviteit (als waarborg). Behalve werken werd er niet veel beleefd.

Mijn vrouw werd zwaar depressief, was een hele tijd op non-actief, ‘herstelde’ met medicatie en met de ‘hulp’ (zachte dwang ?) van haar moeder. Ik hield er zware schuldgevoelens aan over. Maar alles bleef bij het ‘oude’. Tot een echte emotionele band kwamen we niet. Ik kende mijn koppige periodes. Tot eind 1997, Tine had een relatie met een andere man. Mijn wereld verging. Ik wilde therapie. Al snel bleek er een probleem te zijn met (opgekropte) gevoelens van o.a. schuld, boosheid en verdriet. Ik las vele boeken over psychologie en opvoeding en wil(de) mijn problemen vooral met analyserende gedachten oplossen. Ik kan nog steeds niet de controle over mijn gevoelens echt loslaten.

Na ongeveer anderhalf jaar therapie kom ik stilaan tot de zelfkennis dat ik niet zo perfect ben als ik wel wilde zijn (of hoorde te zijn, want voor pa was het nooit goed genoeg) en dat ik ook weel eigenschappen van pa heb.

Er zijn ernstige zelfmoordgedachten en neem een korte tijd medicatie die ik uit eigen beweging stop (ik geloof niet in een chemische oplossing). Beetje bij beetje voel(de) ik mij beter, maar met geregelde terugvallen. Telkens wanneer mijn kwetsbaarheid geroerd wordt. Met onze relatie loopt het niet echt los.

Onze wederzijdse kwetsbaarheid schermen we goed af, enerzijds omdat we daarmee zelf nog niet in het reine zijn en anderzijds uit angst om misbruik ervan. De ontgoocheling na de vakantie 2001 is zeer groot. Ik heb een sterke behoefte gekregen in wat ‘anders’ (zonder die te kunnen benoemen), maar kan daar blijkbaar zelf niet de stappen voor zetten. Ik kom in zeer bijzonder (emotioneel) contact met een collega (Esly, alleenstaande met dochtertje) naar aanleiding van de zelfmoord van haar broer. De drempel ligt voor mij bij haar zeer laag en ik kan voor ’t eerst echt over mijn kwetsbaarheden spreken. Wat een verademing !

In de drie maand durende passionele relatie genieten wij van de paradijselijke ervaringen, die wij beiden voor ’t eerst op dergelijke wijze kunnen beleven. Alles kon spontaan zonder angsten ; dit komt wellicht nooit meer terug. De verscheurdheid knaagt aan mij, enerzijds mijn emotionele kant en anderzijds mijn rationele verantwoordelijke zijde. Ik kan er niet mee doorgaan, maar ik kan ook niet echt loslaten.

Nadat ik de gewezen relatie aan Tine verteld heb houdt ze haar nog enkele maanden ‘sterk’. Nadien (ver)valt ze in een diepe depressie (met de kennis die ik daarover verworven had, verwonderde mij dat niet). Een nog moeilijker periode breekt aan.

Tine loopt van dokter naar dokter, herneemt de (relatie)therapie die in 1998 was aangevangen. Medicatie dient haar angsten onder controle te houden ; opname had misschien wel wenselijk geweest. Gelukkig is haar moeder weinig aanwezig, die heeft haar handen vol met de haar vader, waarbij plots longkanker is vastgesteld. Ik had geen moeite om over haar angsten te praten, het gaf mij een intiem gevoel. Ik kreeg echter weinig terug en naar mate ze ‘beter’ werd, dreigde haar kwetsbaarheid zich opnieuw in te bolsteren. Ik voelde mij daarover machteloos, kwaad en hopeloos worden. Ik verlies geregeld de kracht en moed om voor mijn eigen (emotionele) behoeften op te komen.

Op momenten dat ik het geloof in onze relatie verlies, neig ik weer meer naar Esly toe. Thans zijn we acht maanden verder en de wederzijdse verliefdheid is nog niet over. Waarom lukte het wederzijds kwetsbaar mogen zijn bij Esly spontaan en waarom (nog steeds) niet bij Tine ?

Had Tine dezelfde ervaring in haar buitenechtelijke relatie ? Ik besef dat onze relatieproblemen gevolgen zijn van onze persoonlijke problemen, die nauw met elkaar verbonden (vergelijkbaar) zijn, en aldus ook (samen) een oplossing kunnen vinden. Thans is Tine aan de beter hand en opnieuw aan het werk. Ze doet pogingen om te knuffelen maar stoot op mijn weerstand.

Ik doe aan zelfonderzoek aangaande de gevoelens die daarmee gepaard gaan. Ik stoot op mijn afschuw tegenover de knuffels (intimiteit) van mijn moeder destijds. Ik heb dus een probleem om liefde toe te laten en wellicht ook om te geven. De liefde, die ons zo levensnoodzakelijk is.

En dat omwille van de ervaringen uit een lang verleden, dat maar zijn dominerende rol blijft spelen en dus brandend actueel is. Tijdens een recent familiefeest geeft mijn moeder mij een knuffel. Aan de huivering die ik voel, weet ik het zeker.

Ik heb weer een ‘eigen stuk’ gevonden voor een volgend therapiegesprek.Gisteren had Tine weer een zware tegenvaller ; haar collega die al enige tijd depressief thuis was pleegde zelfmoord.

Ik denk haar goed te hebben opgevangen.In de mate van mijn mogelijkheden en die van anderen had ik over eventueel erkenbare stukken van gedachten willen wisselen via dit forum.

De inzender is bekend bij Logenoten Incest Slachtoffers

COPYRIGHT © 2000 – 2016 Alle rechten voorbehouden
Stichting Lotgenoten Incest Slachtoffers

Terug naar Index Verhalen

Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On Youtube