Verhaal van Ad

Juni 2004

Mijn naam is Ad.

Mijn verhaal is niet af. Zolang ik leef zal het niet afkomen. School kun je afmaken, een incestverleden blijft altijd bij je. Je raakt het nooit meer kwijt. Op de leeftijd van 9e of 10e jaar werd ik slachtoffer van seksueel geweld. Dit misbruik heeft meer dan 6 jaar geduurd.

Mijn jeugd is heel verwarrend geweest. De kleuterjaren herinner ik me als een vrolijke tijd, veel speelplezier in, maar vooral buiten het ouderlijk huis. Ik was verliefd op een meisje uit de kleuterklas. Dat maakte mijn hart blij. Later naar de lagere school voelde ik me klein, want mijn grote broer zat al in de vijfde klas. Daar keek ik tegenop.

Ik deed goed mijn best (een kei in cijferen en opstel) op school, maar thuis was het bijna wekelijks ruzie. Dit contrast maakte mij heel vaak verdrietig.

Boven aan de trap schreeuwend dat ze (ouders) op moesten houden met ruzie maken, zodat we konden slapen (toen was ik circa 8 jaar oud). Ergens in die tijd rende ik op een avond op eigen initiatief met mijn oudere broer en jongere zus naar beneden, alwaar we 2 vechtende ouders uit elkaar trokken.

Drank begon meer en meer een nare rol te spelen in het leven van mijn vader, dus ook in het gezin. Bijna wekelijks zag ik hem als een tiran, totdat ik op een ochtend mijn moeder trof, aan tafel zittend, met een blauw oog. Ik begreep dat er opnieuw geslagen was. Vader sloeg iedereen, behalve mij. Ik hield namelijk een keer zijn hand tegen en ging (ik was ± 9 jaar) in discussie. “Slaan is een teken van zwakte”, “Slaan lost toch niets op”. Woorden van die strekking uitte ik ook de volgende dag richting mijn moeder. “Neem hem een keer mee”, zei mijn vader op een dag tegen mijn broer. Ik mocht mee naar een vriend van hem om verstoppertje of iets anders te gaan spelen. Daar hadden ze namelijk zo’n ouderwetse toverlantaarn. Prachtig vond ik de plaatjes van een sprookjesverhaal. Een andere keer gingen we zwemmen in het nabijgelegen ven. Vaag herinner ik me de zorgzame woorden van mijn broer.

Op een nacht werd ik wakker gemaakt doordat er iets tegen mijn mond werd gedrukt, waarvan ik later besefte dat het zijn penis moest zijn geweest. Ik draaide mijn hoofd in mijn kussen om en hoorde een schampere lach. Ik kan me herinneren hoe mijn broer mij begon te slaan en hoe ik terug begon te slaan. Ik was echter niet bestand tegen zijn fysiek geweld en gaf me
gewonnen.

Meer dan 3 keer drukte zijn penis tegen mijn anus. Ik besefte als kind absoluut niet wat me overkwam. Ik verzette me hevig en snikte in mijn kussen. Die nacht is het kind Ad overleden.

De volgende ochtend zat ik als verdoofd aan de ontbijttafel, niet beseffend van wat mij was overkomen. Op die leeftijd had ik geen flauw benul van de betekenis van seksualiteit. Daarna (6 jaren) is bijna alles grijs geworden. Schaamte en schuldgevoel om wat er gebeurd was, heb ik niets aan mijn ouders durven te vertellen. Die maakten te vaak ruzie, die zouden vast geen tijd
hebben.

Mijn broer zweeg, maar maakte in de jaren daarna een slaaf van mij. Hij masturbeerde mij, ik hield me slapende in de hoop dat hij weer gauw weg zou gaan. Hij vernederde me, toen hij me (ik was 11 of 12) ontkleedde, mijn ondergoed en dekens afpakte en elders op de slaapkamer verstopte. Ik hield me slapende, omdat ik bang voor hem was, doodsbang. Pas als ik zeker wist dat hij sliep, klom ik het stapelbed (ik haat dat bed) uit, op zoek naar mijn bescherming.

Al struikelend rondde ik de lagere schooltijd af, maakte een slechte Cito-toets (net niveau MAVO), had weinig vrienden en gaf weinig om het leven. Ik bleef als verdoofd, want het seksuele misbruik bleef voortbestaan, zij het met grote tussenpozen. De MAVO bood weinig leuks: ik werd, net als op de lagere school gepest om mijn (anders zijn) gedrag. Bijna van school gestuurd, maar uiteindelijk toch geslaagd. Toen heb ik een keuze moeten maken: of naar de MTS in Tilburg of naar de Marine. Ik koos voor de legale vlucht: naar de Marine. Die periode kan ik nu bestempelen als een veilige periode van persoonlijke ontwikkeling, waarin
vertrouwen in andere mensen gaandeweg opnieuw gestalte begon te krijgen.

Onregelmatig bracht ik een vrij weekend thuis door. Zo kan ik mij een nacht (ik was 17) herinneren, waarin mijn broer “toenadering” zocht. Ik heb heel duidelijk gezegd: “Sodemieter op!”. Daar was ik trots op.

Jaren later, toen mijn partner en ik al enige jaren samenwoonden, onderging ik een zoektocht naar mijn seksuele identiteit en belandde in de homo-wereld van Amsterdam. De contacten waren vluchtig, maar bekrasten wel mijn ziel. Pas jaren later begreep ik deze zoektocht. Ik heb mezelf gedwongen om te gaan met dit hoofdstuk. Ik moet ermee verder leren leven. Een achttal jaren later bracht een breuk in onze relatie een nieuwe weg: een kortstondige relatie gaf me energie om te beginnen met praten met mijn broer. Het gesprek met hem stelde niets voor. Het leverde me niets op. Uiteindelijk vond ik de weg terug naar mijn verlaten partner. Ik wilde vader worden. Weg ballast uit het verleden: ik wil een gezin. Ik wil laten zien dat ik een goede vader kan zijn. Mijn kinderen zijn een heel belangrijke trigger geweest bij het verwerken van mijn jeugdtrauma. Die meiden hebben heel wat positieve emoties bij mij losgemaakt.

Sinds vorig jaar kan ik zeggen dat ik aan het laatste hoofdstuk van mijn jeugdtrauma ben begonnen. Ik heb geen idee hoeveel bladzijdes dat in beslag gaat nemen.
Was dit verhaal maar verzonnen, dan deed het niet zo’n pijn?

Alle rechten voorbehouden
Stichting Lotgenoten Incest Slachtoffers
 

Scroll Up
Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On Youtube